Het is misschien wel nuttig om eens de hoofdlijn van de positie die de overheid heeft als het gaat over Cradle to Cradle neer te zetten. Er is geen beleid dt bnadrukkelijk over C2C gaat en (voorlopig) is dat ook de bedoeling. dat klinkt afhoudend, maar is de conclusie die getrokken is nadat duidelijk werd dat C2C een 'self-propelling' concept is, Dat maakt daeen terughoudend overheidsbeleid mogelijk is. Gezien de wens om te komen tot minder regeldruk klopt dit ook. Het betekent ook niet dat de overheid'hier een doelloze opstelling kiest. Minister Cramer heeft duidelijk laten weten dat ze C2C ziet als de volgende stap in ons werken aan milieu en duurzaamheid. Wellicht gaat dat leiden tot duurzaam inkopen in 2010 en C2C-inkopen in 2012, de eerste stappen zijn aangekondigd en afgesproken met de Tweede Kamer, dus dat gaat ook zeker gebeuren. Hoe en wat? Dat is ook voor mij nog een vraag.
Graag licht ik dat nog iets verder toe in enkele punten:
1 de overheid zoekt naar
'conditiesturing' wat zoveel wil zeggen als: we stellen geen regels, we dwingen niks af, we gebruiken marktinstrumenten als aanbestedingen en aankoop om de markt tot innovatie uit te dagen. Daarmee is een lijn ingezet die uitgaat van ontwikkelkracht in de bedrijfsleven, onderwijs, onderzoek en andere delen van de samenleving en dat vraagt tijd, tijd, tijd.Dit is ook de lijn die minister Cramer vooralsnog volgt.
We werken nu aan de keuze van 15 produktgroepen om mee te beginnen in het kader van Duurzaam Inkopen. Specifiek C2C-beleid zal (voorlopig) niet komen, we kennen inmiddels wel een Kabinets Aanpak Duurzame Ontwikkeling, waarin C2C een rolletje speelt. Die brief vind je
hier. Kijk maar eens naar hoofdstuk 3 over de toekomst, of het hoofdstuk over bouw. Duurzame ontwikkeling heeft in Nederland echt een hogere betekenis dan C2C en dat zit in de bredere principes (zie mijn notitie over compromisloos duurzaam (bijlage)), dus zal C2C vooral als een benadering gezien worden die een handelingsperspectief biedt.
2 De overheid heeft geen rol in
certificering, dat is in Nederland onafhankelijk geregeld en samenwerking met de erkende instituten ligt meer voor de hand dan het zoeken van samenwerking met de 'auditoren' als KPMG en zo. Dus ga het gesprek nu eindelijk eens aan met KIWA of een ander instituut. Dat signaal is reeds voor de vakantie aan Mb gegeven. Er iis wel vanuit de overheid eerder bijgedragen aan de ontwikkeling van certificeringssystemen (vgl ISO), maar dat vraagt stappen vanuit de erkende instituten, zo lijkt het in ieder geval;
3 bestaande
regelingen kunnen vaak uitstekend gebruikt worden voor C2C achtige innovaties. Dat is wat vanuit EZ en SenterNovem al vaak is aangegeven. Er zijn innovatieregelingen die zich richten op materiaalontwikkeling, productontwikkeling en belastingregelingen als MIA/VAMIL en WBSO.
4 investeren in
kennisontwikkeling wordt gedaan langs twee verschillende lijnen. Ten eerste is er de leerstoel van Michael Braungart aan de Erasmus Universiteit, gekoppeld aan DRIFT. Ten tweede wordt gewerkt aan samenwerking met DHO en het programma NME en het programma 'Leren voor Duurzame Ontwikkeling'. In dat laatste programma zijn ook activiteiten als de Communities of Practice gebiedsontwikkeling/C2C en het 'Netwerk C2C' verbonden.
5 Binnen de overheid is zichtbaar dat er verschillende vormen van
weerstand bestaan. natuurlijk de inhoudelijke weerstand (entropie) maar vooral strategische weerstand tegen monopolies en 'bevoordeling' van individuele leveranciers. Dat laatste wordt regelmatig gevoed door acties rond certificering, oordelen (vooral de ongevraagde) door C2C-werkers en de vaak onrealistische verwachtingen gericht op de Nederlandse overheid. ;
6 Voorlopig lijkt het er op dat we het
aanjaagteam C2C Vrom/Senternovem volgend jaar in stand kunnen houden, intern en extern gericht. Dat is het kader waar vanuit ik veelal werk. Het laat zien dat werken aan C2C, dus werken is met beperkte capaciteit en beperkt mandaat en nauwelijks slagkracht. Vooral 'procesondersteuning (zie punt 1);
7 Intussen doet de overheid betrekkelijk veel aan de
invoering van C2C, om een paar voorbeelden te noemen: RWS kijkt naar kansen in infrastructuur (aanbesteding zoals in Maastricht, nu de zone Schiphol-Almere, bouwdienst etc), de RGD heeft voor enkele van haar grotere projecten C2C als uitgangspunt gekozen (VROM-pand, Naturalis, Generaal Knoop-kazerne e.d.), SenterNovem doet CoP's gebiedsontwikkeling en ondernemers, zowel het OBR als DLG werken aan gebiedsprocessen vanuit C2C-perspectief en dan noem ik nog niet eens de lokale en regionale initiatieven.
Hiermee heb ik in het kort proberen weer te geven hoe de overheid in C2C staat. Dat is meteen de disclaimer: het is mijn interpretatie van de huidige situatie.
Ik hoop dat duidelijk is dat daarmee (nog) geen strategie bestaat om tot grote stappen te komen. Daarvoor wordt de urgentie in 'Haagse kringen' nog niet voldoende gevoeld. Het is tenslotte, zo begon het verhaal ook, een 'selfpropelling concept'.
Je moet lid zijn van Cradle to Cradle om reacties te kunnen toevoegen!
Lid worden van dit sociale netwerk